Agorafobie

Agorafobie feiten. Agorafobie behandeling.

Mensen met agorafobie zijn bang voor situaties waarin zij zich gevangen of hulpeloos voelen, of ze zich schamen. Deze gevoelens kunnen leiden tot paniekaanvallen. Een Agorafobie behandeling vermindert de angstklachten en geeft je de handvatten om door de lastige momenten te komen. Tegenwoordig is online agorafobie behandeling erg populair, omdat mensen met agorafobie dan niet meer de deur uit hoeven voor hun behandeling. Op deze pagina kun je alle informatie vinden over agorafobie die je nodig hebt: van kenmerken en oorzaken tot interessante feiten en behandeling.
 


 

Ga naar:


 

Bij Barends Psychology Practice wordt agorafobie (online) behandeld. Meld je hier aan om een eerste, gratis, online sessie te boeken. (Afhankelijk van de zorgverzekeraar kunnen sommige behandelingen vergoed worden).

 
 

 

Wat is agorafobie?

Agorafobie, ook wel pleinvrees of straatvrees genoemd, is een angststoornis die tot uiting komt in situaties waar vluchten lastig is, of waar hulp niet direct beschikbaar is. Mensen met pleinvrees zijn vaak bang voor drukke plekken, bruggen en grote open ruimtes. Op deze plekken voelen zij zich vaak gevangen of hulpeloos of schamen ze zich. Vaak vermijden ze deze plekken (uit angst) en raken ze meer en meer geïsoleerd. Mensen met agorafobie hebben vaak iemand nodig om mee naar de supermarkt of feestjes te gaan. Andere gevolgen van straatvrees kunnen verdere isolatie en het verliezen van vrienden zijn. Agorafobie behandeling is vaak erg lastig voor deze mensen, omdat ze dan de deur uit moeten en naar de kliniek moeten reizen. Gelukkig is daar met online behandeling nu verandering in gekomen. Online agorafobie behandeling werkt net zo effectief en is exact hetzelfde als normale behandeling.
Voorheen dachten experts dat agorafobie een subtype was van een paniekstoornis, maar daar zijn ze van teruggekomen. Niet iedere persoon met agorafobie heeft dezelfde angsten als mensen met een paniekstoornis. Vandaar dat men er tegenwoordig vanuit gaat dat het geen subtype meer is.
 
(Advertentie. Scroll naar beneden voor meer informatie.)


 

Hoe werkt agorafobie?

Beeld je in dat je boodschappen aan het doen bent in de supermarkt en dat je ineens hartkloppingen voelt, dat je begint te zweten, je duizelig wordt en dat je lastig adem kan halen. Je vraagt jezelf af wat er aan de hand is. Gedachten schieten voorbij als: ‘ben ik gek?’ en ‘ga ik dood?’. De paniek wordt erger totdat je denkt dat je het niet meer aan kan. Vaak probeer je weg te komen van deze plek/ uit deze situatie, waarna langzaam de rust weer terugkeert. Gevoelens van schaamte komen vaak voor. Na een tijd weet je nog steeds niet wat er gebeurd is en vooral waarom. Waarschijnlijk vermijd je de supermarkt nu eventjes, omdat je je schaamt voor wat daar gebeurd is. Je bent bang dat mensen je gaan uitlachen, of dat je er nog een keer zoiets meemaakt.
Het voorbeeld hierboven is een typisch voorbeeld voor iemand die agorafobie ontwikkelt. Hieronder wordt uitgelegd hoe agorafobie zich verder ontwikkelt:
 

Angst

Uiteindelijk kan het voorkomen dat je bang bent dat deze situaties zich vaker gaan voordoen op andere plekken. Want de voorgaande ervaring zorgt ervoor dat je meer gaat letten op de fysieke kenmerken (hartkloppingen, kortademigheid, nerveus zijn, zweten etc.) wanneer je naar de winkel gaat. Deze lichamelijke reacties waarschuwen je dat er ˝wellicht een nieuwe paniekaanval aankomt¨. De natuurlijke reactie is dat je weg wilt van die situatie. En dus zul je deze situatie vermijden in je eens. Dit zorgt ervoor dat je iemand bij je wilt hebben voor het geval dat. In het bijzijn van een ander zul je merken dat je zoiets niet meer meemaakt. Dit kan ertoe leiden dat je alleen nog maar de deur uit wilt als er iemand met je mee gaat. Met andere woorden: je bent beperkt in je vrijheid en langzaamaan kan dit verergeren: feestjes moet je afzeggen, boodschappen doen wordt lastig. Werken kan een enorm probleem worden… Uiteindelijk is het zelfs een gigantische opgave om een agorafobie behandeling te volgen.
 

 

Agorafobie kenmerken en oorzaken.

Kenmerken.

Veel van deze kenmerken gelden ook als kenmerken voor andere stoornissen, zoals ademhalingsproblemen en hartproblemen. Voor een correcte diagnose is het raadzaam naar de huisarts of psycholoog/psychiater te gaan. De kenmerken van agorafobie op een rijtje:

  • Het hebben van een snel kloppend hart.
  • Ademhalingsproblemen hebben.
  • Beginnen te zweten.
  • Beginnen te trillen, bibberen.
  • Het erg warm of koud krijgen.
  • Misselijkheid / diarree.
  • Pijn op de borstkas.
  • Problemen bij slikken.
  • Duizeligheid of gevoel hebben dat je flauw valt.
  • Angst om dood te gaan.

 
(Advertentie. Scroll naar beneden voor meer informatie.)

 

Oorzaken.

Het is nog steeds onduidelijk waarom sommige mensen pleinvrees ontwikkelen en waarom anderen dit niet doen. Wetenschappers weten dat er een erfelijke factor aanwezig is: mensen met familieleden die angststoornissen hebben, lopen meer kans om agorafobie te ontwikkelen. Vaak ontwikkelt het zich na een paar paniekaanvallen, maar het kan zich ook sneller ontwikkelen, als:

    • Je snel angstig of nerveus bent. Angst en nervositeit kan opgewekt worden door het drinken van cafeïne. Leer hier meer over: Cafeïne en paniekaanvallen.
    • Als je een familielid hebt met een angststoornis. Dit houdt in dat je sneller agorafobie kunt ontwikkelen als je ouders, broers, zussen, of andere familieleden angststoornissen hebben.
    • Je ingrijpende stressvolle ervaringen hebt meegemaakt, zoals misbruik of een overlijdensgeval. Mensen die iets traumatisch hebben meegemaakt kunnen pleinvrees ontwikkelen, omdat zij bang zijn om zelf weer zoiets mee te maken, of omdat ze bang zijn diegene buiten tegen te komen die hun wat aan heeft gedaan (denk aan misbruik, overval etc.).

 
 

Agorafobie behandeling:

Online agorafobie behandeling is de perfecte oplossing voor mensen met pleinvrees, omdat men dan niet naar de kliniek hoeft te reizen voor de behandeling. De sessies kunnen gehouden worden via Skype. Online agorafobie behandeling is gebaseerd op de gangbare psychotherapie behandelingen. Met een online therapeut kan je snel je klachten reduceren. De therapeut zal je ook de benodigde handvatten geven om door de lastige momenten te komen die je misschien in de toekomst nog eens zal meemaken. Daar bovenop leert de therapeut je alles dat je moet weten over pleinvrees: waarop je moet letten, hoe je eventuele stressvolle momenten kunt herkennen voordat je een paniekaanval krijgt. Voor een eerste, gratis, online sessie, meld je hier aan.

Psychotherapie


Psychotherapie houdt in dat je werkt met een therapeut om zo de angstkenmerken te verminderen, en om je beter te laten functioneren in het dagelijks leven. Daarnaast verteld de therapeut je over pleinvrees, hoe je kunt voorkomen een paniekaanval te krijgen en hoe je met stress om kunt gaan. Daar bovenop leer je ook om te gaan met de angstkenmerken tijdens de sessies.

Medicatie


Medicatie in combinatie met therapie werkt het effectiefst als agorafobie behandeling. De medicatie helpt je om de angstkenmerken te verminderen terwijl je de reguliere agorafobie behandeling volgt bij een psycholoog. Alleen medicatie nemen zal je wel van je angstklachten afhelpen, maar het zal je niet genezen van je pleinvrees. Zodra je stopt met de medicijnen zullen de klachten weer terugkomen.
 
 

Interessante feiten.

      • Agorafobie ontwikkelt zich het vaakst (en voor het eerst) tussen de 15-39 jaar [2],[6]. In Zuid Afrika is ongeveer 20% van de mensen met Agorafobie tussen de 15 en 39 jaar oud.
      • In 2012 kwam Agorafobie vaker voor bij adolescenten (13-17 jaar; 2%), vergeleken met de leeftijdsgroepen 18-64 (1,7%) en 64+ (0,4%) [12].
      • Meer vrouwen dan mannen hebben Agorafobie [2],[3],[7],[12]; 0,6% tegenover 1,5% [2] of 2,0% tegenover 3,2% [12].
      • In de Verenigde Staten heeft 0,65% van de mensen ooit Agorafobie (zonder paniekaanvallen of paniekstoornis) en tussen de 1,27 en 2,5% van de mensen heeft ooit Agorafobie (met of zonder paniekaanvallen/paniekstoornis) [1],[4],[5],[12].
      • In Europa, in 2005, had tussen de 0,9 en 1,3% van de mensen Agorafobie zonder paniekaanvallen/paniekstoornis [2],[7].
      • In Nederland heeft 0,9% van de mensen Agorafobie (zonder paniekstoornis); 0,4% van de mannen tegenover 1,4% van de vrouwen [11]. Deze bevindingen komen overeen met die van de onderzoeken over Europa [2] en [7].
      •  

      • Agorafobie in Zuid Afrika en Marokko lijkt vaker voor te komen dan in Europa of de Verenigde Staten [6],[10]. In Zuid Afrika heeft 9,8% van de bevolking Agorafobie zonder paniekklachten [6] en in Marokko is dit 8,4% [10].
      • Van de volwassenen in Canada die ouder zijn dan 55 jaar heeft 0,61% Agorafobie tegenover 0,38% van de mensen die 65 jaar en ouder zijn [3].
      • Agorafobie komt vaker voor bij gescheiden mensen (1,08%) vergeleken bij mensen die nooit getrouwd zijn geweest (0,86%) of mensen die momnteel getrouwd zijn (0,41%) [3].
      • Mensen met chronische gezondheidsklachten of met comorbide psychiatrische stoornissen ontwikkelen vaker Agorafobie [3],[8],[10]. Van de mensen met Borderline Persoonlijkheidsstoornis had 51% ook paniekstoornis met agorafobie in de afgelopen 12 maanden [8]. Van degenen die in Marokko agorafobie hadden, was er bij 60,7% ook sprake van een specifieke fobie [10].
      •  

      • Van degenen die de diagnose Depressieve stoornis hebben, heeft 5,5% agorafobie [13].
      • 3,8% van de mensen die in de jeugd te kampen hadden met separatieangst ontwikkelden later Agorafobie (zonder paniekstoornis) [14].

 
 

Literatuur:

    • [1] Grant, B. F., Hasin, D. S., Stinson, F. S., Dawson, D. A., Goldstein, R. B., Smith, S., … & Saha, T. D. (2006). The epidemiology of DSM-IV panic disorder and agoraphobia in the United States: results from the National Epidemiologic Survey on Alcohol and Related Conditions. The Journal of clinical psychiatry.
    • [2] Goodwin, R. D., Faravelli, C., Rosi, S., Cosci, F., Truglia, E., de Graaf, R., & Wittchen, H. U. (2005). The epidemiology of panic disorder and agoraphobia in Europe. European Neuropsychopharmacology, 15, 435-443.
    • [3] McCabe, L., Cairney, J., Veldhuizen, S., Herrmann, N., & Streiner, D. L. (2006). Prevalence and correlates of agoraphobia in older adults. The American journal of geriatric psychiatry, 14, 515-522.
    • [4] Kessler, R. C., Ruscio, A. M., Shear, K., & Wittchen, H. U. (2009). Epidemiology of anxiety disorders. In Behavioral neurobiology of anxiety and its treatment (pp. 21-35). Springer, Berlin, Heidelberg.
    • [5] Kessler, R. C., Chiu, W. T., Jin, R., Ruscio, A. M., Shear, K., & Walters, E. E. (2006). The epidemiology of panic attacks, panic disorder, and agoraphobia in the National Comorbidity Survey Replication. Archives of general psychiatry, 63, 415-424.
    • [6] Stein, D. J., Seedat, S., Herman, A., Moomal, H., Heeringa, S. G., Kessler, R. C., & Williams, D. R. (2008). Lifetime prevalence of psychiatric disorders in South Africa. The British Journal of Psychiatry, 192, 112-117.
    • [7] Alonso, J., Angermeyer, M. C., Bernert, S., Bruffaerts, R., Brugha, T. S., Bryson, H., … & Haro, J. M. (2004). Prevalence of mental disorders in Europe: results from the European Study of the Epidemiology of Mental Disorders (ESEMeD) project. Acta psychiatrica scandinavica, 109, 21-27.
    • [8] Grant, B. F., Chou, S. P., Goldstein, R. B., Huang, B., Stinson, F. S., Saha, T. D., … & Ruan, W. J. (2008). Prevalence, correlates, disability, and comorbidity of DSM-IV borderline personality disorder: results from the Wave 2 National Epidemiologic Survey on Alcohol and Related Conditions. The Journal of clinical psychiatry, 69, 533.
    • [9] Mosing, M. A., Gordon, S. D., Medland, S. E., Statham, D. J., Nelson, E. C., Heath, A. C., … & Wray, N. R. (2009). Genetic and environmental influences on the co‐morbidity between depression, panic disorder, agoraphobia, and social phobia: a twin study. Depression and anxiety, 26, 1004-1011.
    • [10] Kadri, N., Agoub, M., El Gnaoui, S., Berrada, S., & Moussaoui, D. (2007). Prevalence of anxiety disorders: a population-based epidemiological study in metropolitan area of Casablanca, Morocco. Annals of General Psychiatry, 6, 6.
    • [11] de Graaf, R., Ten Have, M., van Gool, C., & van Dorsselaer, S. (2012). Prevalence of mental disorders and trends from 1996 to 2009. Results from the Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2. Social psychiatry and psychiatric epidemiology, 47, 203-213.
    • [12] Kessler, R. C., Petukhova, M., Sampson, N. A., Zaslavsky, A. M., & Wittchen, H. U. (2012). Twelve‐month and lifetime prevalence and lifetime morbid risk of anxiety and mood disorders in the United States. International journal of methods in psychiatric research, 21(3), 169-184.
    • [13] Fava, M., Rankin, M. A., Wright, E. C., Alpert, J. E., Nierenberg, A. A., Pava, J., & Rosenbaum, J. F. (2000). Anxiety disorders in major depression. Comprehensive psychiatry, 41, 97-102.
    • [14] Brückl, T. M., Wittchen, H. U., Höfler, M., Pfister, H., Schneider, S., & Lieb, R. (2007). Childhood separation anxiety and the risk of subsequent psychopathology: Results from a community study. Psychotherapy and Psychosomatics, 76, 47-56.