PTSS diagnose

PTSS feiten - oorlogsinformatie. PTSS diagnose.

PTSS feiten – oorlogsinformatie.


Posttraumatische stressstoornis (PTSS) is een psychische stoornis die iemand kan ontwikkelen na een stressvolle of levensbedreigende gebeurtenis. Een getraumatiseerde reactie is een normale reactie van het lichaam op een traumatische ervaring. Als deze reactie tussen de drie en 30 dagen aanhoudt, dan spreekt men van acute stressstoornis (ASS) [1]. In de meeste gevallen verdwijnen deze PTSS klachten weer binnen vier weken. Als genoeg PTSS klachten langer dan vier weken aanhouden, dan is de PTSS diagnose op zijn plaats [1].
Vergeleken met de oude PTSS diagnose, is de nieuwe PTSS diagnose nauwkeuriger en veel specifieker. Tegenwoordig hoeft iemand, bijvoorbeeld, niet meer met intense angst, hulpeloosheid of afschuw te reageren op de traumatische gebeurtenis; sterker nog, dergelijke reacties dragen niet significant bij aan het stellen van de PTSS diagnose. Daarnaast wordt bij de nieuwe diagnose ook meer duidelijk hoe de PTSS ontwikkelt: het overkwam de persoon, de persoon was er direct getuige van, het overkwam een vriend of familielid of de persoon wordt herhaaldelijk blootgesteld aan de nare gevolgen van de traumatische gebeurtenis (denk aan politieagenten) [2].
Op deze pagina worden de criteria voor de PTSS diagnose volgens de DSM-5 besproken en worden bepaalde criteria iets beter uitgelegd.
NOOT: De criteria die op deze pagina genoemd worden komen uit Diagnostic and statistical manual of mental disorders (DSM), (5th ed.), 2013 [2].
 

 

Maak nu een eerste, gratis afspraak. Meld je hier aan. (Afhankelijk van de zorgverzekeraar kunnen sommige behandelingen vergoed worden).

 

Voor meer informatie over PTSS:


 
 

PTSS diagnose – Criterium A

Dit is het belangrijkste criterium: heeft iemand iets traumatisch meegemaakt, gezien of erover geleerd, of niet? Dit criterium helpt de therapeut en de cliënt bepalen hoe iemand getraumatiseerd geraakt is.
 
Het officiële DSM-V criterium:

De persoon is blootgesteld aan:

  • Dood of dreigende dood,
  • Ernstige of dreigende ernstige verwondingen,
  • Seksueel geweld of dreigend seksueel geweld,
  • op de volgende manier:
    (Er moet sprake zijn van
    minimaal één van de volgende
    vier criteria)
  • Directe blootstelling/het is de persoon zelf overkomen
  • Persoon was getuige van de gebeurtenis
  • Indirect, doordat het een familielid of vriend is overkomen
  • Indirect, door herhaaldelijke blootstelling aan de gevolgen van traumatische gebeurtenissen, denk aan politieagenten en ambulancebroeders
  •  
     

    PTSS diagnose – Criterium B: herbeleving

    Het tweede criterium richt zich op herbelevingsklachten: dit criterium helpt de therapeut en cliënt bij het stellen van de PTSS diagnose door te specificeren hoe iemand de traumatische gebeurtenis herbeleeft.
     
    Het officiële DSM-V criterium:

    De traumatische gebeurtenis wordt voortdurend herbeleefd op tenminste één van de volgende manieren:

    • Terugkerende, onvrijwillige en opdringerige herinneringen. Noot: Kinderen ouder dan zes kunnen dit kenmerk uiten in repetitief spel. Deze ongewenste en vervelende gedachten blijven terugkomen en het is erg lastig om deze gedachten te stoppen.
    • Nachtmerries. Noot: Kinderen kunnen enge dromen hebben die niet gerelateerd zijn aan de traumatische gebeurtenis. Het hebben van nachtmerries is altijd een belangrijke indicator na een traumatische ervaring.
    • Dissociatieve reacties (bijvoorbeeld flashbacks) die van korte duur kunnen zijn of erg lang kunnen aanhouden. Noot: Kinderen kunnen de traumatische gebeurtenis gaan naspelen tijdens het spelen. Getraumatiseerde mensen kunnen op bepaalde momenten het gevoel krijgen dat ze onecht zijn, alsof ze geen controle hebben over hun lichaam. Deze reactie van het lichaam is een extreme overlevingsstrategie om emotionele en psychische pijn te verminderen.
    • Heftige emoties als de persoon herinnerd wordt aan het trauma.
    • Lichamelijke reactie als de persoon herinnerd wordt aan het trauma.

     
     

    PTSS diagnose – Criterium C: vermijding

    Voor veel mensen is het erg naar om aan de traumatische gebeurtenis te worden herinnerd. Om te voorkomen dat mensen zich zo naar gaan voelen, is vermijding van dingen/mensen/situaties die aan het trauma doen denken een veelvoorkomende reactie. Denk hierbij aan het vermijden van motorrijden nadat iemand een motorongeluk heeft gehad, of het vermijden van een steegje net nadat diegene daar beroofd is. Door zulke dingen te vermijden voorkomen mensen de emotionele en psychische pijn die hiermee gepaard gaat.
     
    Het officiële DSM-V criterium:

    Vermijding van traumagerelateerde stimuli (dingen, mensen, plaatsen) na het trauma, op de volgende manier(en): (tenminste één van de volgende symptomen is nodig om aan dit criterium te voldoen.)

    • Trauma-gerelateerde gedachten of gevoelens.
    • Trauma-gerelateerde externe triggers (e.g., mensen, plaatsen, gesprekken, activiteiten, voorwerpen of situaties).

     
     

    PTSS diagnose – Criterium D: negatieve veranderingen in cognitie en stemming

    Mensen die gediagnosticeerd zijn met PTSS hebben minder positieve gedachten, gevoelens en emoties dan voor de traumatische gebeurtenis. Vaak voelen deze mensen schaamte, schuld, angst of woede. Deze gevoelens in combinatie met de gedachten en herinneringen aan het trauma kunnen overtuigingen van zichzelf en anderen om zich heen sterk veranderen (bijvoorbeeld: “Ik ben machteloos,” “Alle mannen zijn slecht”). Deze overtuigingen zijn negatief en niet accuraat, en hebben een negatieve invloed op iemands dagelijks functioneren.
     
    Het officiële DSM-V criterium:

    Negatieve gedachten of gevoelens die negatiever werden na de traumatische gebeurtenis, op de volgende manier(en): (tenminste twee symptomen zijn er nodig om aan dit criterium te voldoen)

    • Het onvermogen om belangrijke details van het trauma te kunnen herinneren (vaak is dit dissociatieve amnesie; en wordt niet veroorzaakt door alcohol, drugs of hoofdwond). Sommige mensen kunnen zich bepaalde details van een traumatische gebeurtenis niet meer voor de geest halen.
    • Negatieve en vaak vertekende negatieve gedachten en aannames over zichzelf of over de wereld (“Ik ben waardeloos,” “De wereld is een gevaarlijk”).Deze negatieve gedachten en aannames worden vaak pas gevormd (of versterkt) na de traumatische gebeurtenis. Iemand die is overvallen door clown, kan ineens alle clowns gaan wantrouwen. Een nieuwe aanname is dan bijvoorbeeld: “Alle clowns zijn niet te vertrouwen”
    • Overdreven gevoelens van schuld (naar zichzelf of anderen toe) over de oorzaak van de traumatische gebeurtenis of de gevolgen hiervan.
    • Negatieve traumagerelateerde emoties zoals angst, schuld, schaamte, woede of afschuw.
    • Afgenomen interesse in activiteiten die iemand voor de traumatische gebeurtenis nog wel graag deed.
    • Het gevoel hebben vervreemd of afgesneden te zijn van anderen. Soms voelen mensen zich na het trauma onbegrepen door/vervreemd van vrienden.
    • Niet in staat zijn positieve gevoelens te ervaren.

     
    (Advertentie. Scroll verder voor meer informatie.)


     

    PTSS diagnose – Criterium E: verandering in alertheidsniveau en reactie

    Een traumatische gebeurtenis is schokkend, levensbedreigend of erg stressvol, hetgeen ook uitlegt waarom mensen na een traumatische gebeurtenis anders reageren op bepaalde situaties/anderen dan ervoor. Slaapproblemen of concentratieproblemen, maar ook verhoogde prikkelbaarheid en woede-uitbarstingen komen vaak voor nadat iemand getraumatiseerd is geraakt.
     
    Het officiële DSM-V criterium:
    Traumagerelateerde veranderingen in prikkelbaarheid en reactiviteit dat begonnen is of verergerde na de traumatische gebeurtenis, op de volgende manier(en): (tenminste twee symptomen om aan dit criterium te voldoen)

    • Prikkelbaarheid en woede-uitbarstingen
    • Roekeloosheid en destructief gedrag
    • Hyperalertheid
    • Verhoogde schrikreactie
    • Concentratieproblemen
    • Slaapproblemen

     
     

    PTSS diagnose – Criterium F: duur

    De meeste mensen die een traumatische ervaring meemaken herkennen in ieder geval een paar van de hierboven genoemde symptomen tijdens de eerste paar dagen na de gebeurtenis. Gelukkig verdwijnt het merendeel van deze symptomen weer binnen een maand. Maar als genoeg symptomen na een maand nog steeds aanwezig zijn, dan kan de PTSS diagnose van toepassing zijn.
     
    Het officiële DSM-V criterium:
    De symptomen zijn langer dan 1 maand aanwezig.
     
     

    PTSS diagnose – Criterium G: lijdensdruk

    De hierboven genoemde symptomen veroorzaken klinisch lijden of beperkingen in het beroepsmatige of sociale functioneren.
     
    Het officiële DSM-V criterium:
    Symptomen creëren lijdensdruk of beperkingen (beroepsmatig of sociaal).
     
     

    PTSS diagnose – exclusie criteria

    Als mensen medicijnen slikken of drugs gebruiken of een medische aandoening hebben die (bepaalde) PTSS symptomen kunnen verklaren, dan is het belangrijk om dit te bespreken met een therapeut of arts. De hierboven genoemde symptomen kunnen dan veroorzaakt worden door medicatie, drugs of de medische conditie, en hoeven niets met PTSS te maken te hebben.
     
    Het officiële DSM-V criterium:
    Symptomen worden niet veroorzaakt door drugs, medicatie of een medische conditie.
     
     

    PTSS diagnose – specificeer: met dissociatieve symptomen

    Sommige mensen ervaren dissociatieve symptomen na een traumatische ervaring. Dissociatie is een overlevingsmechanisme van het lichaam wanneer bepaalde gedachten, gevoelens of herinneringen teveel emotionele of psychische pijn veroorzaken.
     
    Het officiële DSM-V criterium:
    Naast het voldoen aan de criteria die nodig zijn voor de PTSS diagnose, heeft de persoon last van de volgende reacties op traumagerelateerde stimuli:

    • Depersonalisatie: het gevoel hebben een situatie van buiten zichzelf te ervaren, of vervreemd zijn van zichzelf (bijvoorbeeld, het gevoel alsof “dit mij niet overkomt” of alsof je in een droom zit).
    • Derealisatie: het gevoel van onwerkelijkheid, afstand of verdraaiing (bijvoorbeeld, “dingen zijn niet echt”).

     
     

    PTSS diagnose – specificeer: vertraagd tot uiting komende

    Soms voldoen mensen kort na de traumatische gebeurtenis niet aan voldoende criteria om te kunnen spreken van PTSS, maar voldoen deze mensen hier maanden later ineens wel aan. Dit komt vaak door een bepaalde trigger die mensen bewust of onbewust doet denken aan de traumatische gebeurtenis. Hierdoor kunnen dan andere symptomen de kop op steken.
     
    Het officiële DSM-V criterium:

    • De volledige diagnose kan niet worden gegeven tot minimaal zes maanden na de traumatische gebeurtenis, hoewel sommige symptomen wel al langer aanwezig kunnen zijn.

     
     

    Literatuur

    • [1] Elklit, A., & Christiansen, D. M. (2010). ASD and PTSD in rape victims. Journal of Interpersonal Violence, 25, 1470-1488.
    • [2] American Psychiatric Association. (2013) Diagnostic and statistical manual of mental disorders, (5th ed.). Washington, DC: Author.