Waarom is een borderline persoonlijkheidsstoornis diagnose belangrijk?

Een borderline persoonlijkheidsstoornis diagnose is essentieel om uw klachten goed te begrijpen en de juiste behandeling te kiezen. Zonder een duidelijke diagnose kunnen patronen zoals emotionele instabiliteit, impulsief gedrag, instabiele relaties en verlatingsangst gemakkelijk verkeerd worden geïnterpreteerd of verkeerd gediagnosticeerd.
Veel mensen die met deze klachten worstelen, krijgen in eerste instantie andere verklaringen, zoals depressie, angstklachten of
traumagerelateerde stoornissen (C-PTSS). Hoewel deze aandoeningen kunnen overlappen, wordt een borderline persoonlijkheidsstoornis gekenmerkt door een specifiek patroon van emotionele, cognitieve en relationele problemen. Meer hierover leest u op de pagina over BPS-symptomen.
Een juiste diagnose zorgt niet alleen voor duidelijkheid — het heeft direct invloed op het type behandeling dat u krijgt. Evidence-based behandelvormen zoals
Schematherapie en Dialectische Gedragstherapie (DGT/DBT) zijn specifiek ontwikkeld voor borderline en zijn aanzienlijk effectiever wanneer de onderliggende diagnose correct is gesteld.
Op deze pagina leest u hoe een borderline persoonlijkheidsstoornis diagnose wordt gesteld volgens de DSM-5-TR en ICD-11, wat de criteria in de praktijk betekenen en waarom een diagnose een cruciale stap is richting meer emotionele stabiliteit en herstel.
Niels Barends, MSc, psycholoog bij Barends Psychology Practice

Geschreven door:
Niels Barends, MSc
Psycholoog en oprichter van Barends Psychology Practice
Meer dan 11 jaar klinische ervaring in de behandeling van trauma, persoonlijkheidsstoornissen en complexe relatieproblemen.
Gespecialiseerd in Schematherapie, Cognitieve Gedragstherapie (CGT) en EMDR.
Laatst beoordeeld: april 2026
Ga naar:
- Wat is borderline persoonlijkheidsstoornis?
- Wat zorgt ervoor dat mensen borderline persoonlijkheidsstoornis krijgen?
- Welke behandelopties voor borderline persoonlijkheidsstoornis zijn er?
- Zelf om leren gaan met BPS.
- Borderline persoonlijkheidsstoornis test.
- Leven met iemand die borderline persoonlijkheidsstoornis heeft.
- Interessante borderline persoonlijkheidsstoornis feiten.
- Online behandeling voor borderline persoonlijkheidsstoornis.
- Terug naar de startpagina.
Borderline persoonlijkheidsstoornis diagnose.
Om een diagnose voor borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) te krijgen moet je voldoen aan een aantal criteria:
(A) – Significante beperkingen in persoonlijk functioneren zich uitende in:
a) Identiteit: aanzienlijk onderontwikkeld, instabiel of gebrekkig zelfbeeld, vaak geassocieerd met extreem veel zelfkritiek; voortdurende gevoelens van leegte; dissociëren als er sprake is van stress.
b) Zelfsturing: Instabiliteit bij het stellen van doelen, aspiratie, waarden en carrière planning.
EN
a) Empathie: Aangetast vermogen om de gevoelens en behoeften van anderen in verband met interpersoonlijke overgevoeligheid te herkennen (dat wil zeggen: geneigd zijn zich gekleineerd of beledigd te voelen); bij percepties van anderen de selectieve voorkeur voor negatieve eigenschappen of kwetsbaarheden hebben.
b) Intimiteit: Intense, instabiele en problematische hechte relaties, gekenmerkt door wantrouwen, opdringerigheid en angstige preoccupatie met (ingebeelde) verlating; hechte relaties worden vaak gezien in extremen wat betreft idealisatie en devaluatie en zijn gekenmerkt door aantrekken en afstoten.
(Advertentie. Scroll naar beneden voor meer informatie.)
(B). Pathologische persoonlijkheidstrekken in de volgende domeinen:
a) Emotionele labiliteit: instabiele emotionele ervaringen en frequente stemmingswisselingen; emoties die snel aangewakkerd worden, intens zijn en/of buitenproportioneel zijn ten opzichte van de gebeurtenis of situatie.
b) Angst: intense gevoelens van nervositeit, gespannenheid of paniek, vaak in reactie op interpersoonlijke stressfactoren; piekeren over de negatieve effecten van nare ervaringen uit het verleden en mogelijk toekomstige negatieve gebeurtenissen; zich angstig, bezorgd of bedreigd voelen door onzekerheid; angst om de controle te verliezen of ‘uit elkaar te vallen’.
c) Separatieangst: Angst voor afwijzing door -en/of separatie van- naasten, geassocieerd met angsten voor bovenmatige afhankelijkheid en het verlies van autonomie.
d) Depressiviteit: Frequente gevoelens van somberheid, misère en hopeloosheid; moeite met herstellen van zulke terneergeslagen stemmingen; pessimisme over de toekomst; alomtegenwoordige schaamte; gevoelens van inferieure eigenwaarde; gedachten over suïcide en suïcidaal gedrag.
a) Impulsiviteit: impulsief reageren op gebeurtenissen/acties die zich ineens aandienen; impulsief reageren zonder planning of na te denken over de consequenties; moeite met het volgen van een planning; een gevoel van urgentie en zelfverminkingsgedrag wanneer er sprake is van emotionele spanning.
b) Risicogedrag: aangaan van gevaarlijk, risicovol gedrag waarbij er kans is op verwondingen en blessures; onnodig en zonder stil te staan bij de gevolgen; gebrek aan bezorgdheid over iemands beperkingen of ontkenning van de realiteit van potentieel gevaar.
(Advertentie. Scroll naar beneden voor meer informatie.)
a) Vijandigheid: volhardende of frequente gevoelens van woede en boosheid; woede of prikkelbaarheid in reactie op geringe inzichten en beledigingen.
(C). De beperkingen in het functioneren en persoonlijkheid en de individuele uitingen van de persoonlijkheidstrekken zijn relatief stabiel over tijd en situaties.
(D). De beperkingen in functioneren en persoonlijkheid en de individuele uitingen van de persoonlijkheidstrekken worden niet beter verklaard als normatief voor de individuele ontwikkelingsfase of sociaal-culturele omgeving.
(E). De beperkingen in functioneren en persoonlijkheid en de individuele uitingen van de persoonlijkheidstrekken komen niet alleen voort uit de directe fysiologische effecten van een middel (drugs of medicatie) of een algemene medische conditie (ernstige verwonding aan het hoofd).
Belangrijke inzichten over de diagnose van borderline
- Symptomen van borderline overlappen vaak met PTSS, depressie en bipolaire stoornis.
- Een juiste diagnose is essentieel voor het kiezen van een effectieve, evidence-based behandeling.
- Een verkeerde diagnose kan leiden tot ineffectieve of vertraagde behandeling.
- Behandelmethoden zoals DGT (DBT) en schematherapie zijn specifiek ontwikkeld voor borderline.
- Een tijdige diagnose vergroot de kans op duurzame verbetering en emotionele stabiliteit.
Twijfelt u of uw klachten passen bij borderline?
Begin met een korte zelftest of laat uw klachten professioneel beoordelen voor meer duidelijkheid.
Borderline persoonlijkheidsstoornis diagnose volgens de DSM-5-TR
Volgens de DSM-5-TR (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Fifth Edition, Text Revision) wordt een borderline persoonlijkheidsstoornis diagnose gesteld op basis van aanhoudende problemen in het persoonlijk functioneren en kenmerkende pathologische persoonlijkheidstrekken.
Klinische toelichting: De onderstaande DSM-5-TR criteria worden voornamelijk gebruikt door psychologen en psychiaters tijdens een gestructureerde diagnostische beoordeling. Ze zijn hier opgenomen om inzicht te geven in hoe een diagnose in de praktijk tot stand komt.
(A) Aanzienlijke beperkingen in persoonlijk functioneren
Voor een diagnose van een borderline persoonlijkheidsstoornis moeten er duidelijke problemen zijn in zowel het zelf-functioneren als het interpersoonlijk functioneren.
-
1. Beperkingen in zelf-functioneren
Identiteit: een instabiel, slecht ontwikkeld of kwetsbaar zelfbeeld, vaak gepaard met sterke zelfkritiek, chronische gevoelens van leegte of dissociatieve klachten onder stress.
Zelfsturing: instabiliteit in doelen, waarden, ambities of levensrichting.
EN
-
2. Beperkingen in interpersoonlijk functioneren
Empathie: moeite met het accuraat herkennen van gevoelens en behoeften van anderen, vaak gecombineerd met overgevoeligheid voor afwijzing of kritiek.
Intimiteit: intense, instabiele en vaak conflictvolle relaties, gekenmerkt door wantrouwen, afhankelijkheid en sterke angst voor verlating. Relaties kunnen wisselen tussen idealisering en devaluatie, of tussen nabijheid en terugtrekking.
(Advertentie. Scroll verder voor meer informatie.)
(B) Pathologische persoonlijkheidstrekken
Naast beperkingen in het persoonlijk functioneren vereist de DSM-5-TR dat er sprake is van kenmerkende pathologische persoonlijkheidstrekken binnen de volgende domeinen:
-
1. Negatieve affectiviteit
Emotionele labiliteit: instabiele emoties en frequente stemmingswisselingen; emoties worden snel geactiveerd, zijn intens en vaak disproportioneel ten opzichte van de situatie.
Angstigheid: sterke gevoelens van spanning, nervositeit of paniek, vooral bij interpersoonlijke stress; angst voor onzekerheid, controleverlies of “instorten”.
Verlatingsangst: intense angst om afgewezen of verlaten te worden, vaak gecombineerd met afhankelijkheid en angst om autonomie te verliezen.
Depressiviteit: terugkerende gevoelens van somberheid, hopeloosheid, schaamte of waardeloosheid, soms gepaard met suïcidale gedachten of gedrag.
-
2. Disinhibitie
Impulsiviteit: handelen vanuit het moment zonder na te denken over gevolgen; moeite met plannen of het volgen van structuur; verhoogde kans op impulsief of zelfbeschadigend gedrag bij emotionele spanning.
Risicogedrag: deelnemen aan gevaarlijke of zelfbeschadigende activiteiten zonder voldoende rekening te houden met risico’s of gevolgen.
-
3. Antagonisme
Hostiliteit: aanhoudende of frequente gevoelens van boosheid en prikkelbaarheid, vaak als reactie op (vermeende) kritiek of afwijzing.
Aanvullende DSM-5-TR criteria: deze patronen moeten relatief stabiel zijn over de tijd en zichtbaar zijn in verschillende situaties. Ze mogen niet beter verklaard worden door de ontwikkelingsfase of culturele achtergrond van de persoon, en mogen niet primair veroorzaakt worden door middelengebruik of een medische aandoening.
(Advertentie. Scroll verder voor meer informatie.)
Borderline persoonlijkheidsstoornis diagnose volgens de ICD-11
De ICD-11 (International Classification of Diseases, 11e editie) benadert persoonlijkheidsstoornissen anders dan de DSM-5-TR. In plaats van specifieke stoornissen centraal te stellen, wordt eerst gekeken naar de aanwezigheid en ernst van een persoonlijkheidsstoornis. Vervolgens kan een aanvullende specificatie worden toegevoegd, zoals het borderline patroon.
Om te voldoen aan de ICD-11 specificatie voor een borderline patroon, moet iemand eerst voldoen aan de criteria voor een persoonlijkheidsstoornis en daarnaast minstens vijf van de onderstaande kenmerken vertonen:
-
Uitgesproken impulsiviteit
Moeite met het uitstellen van behoeften of het overzien van gevolgen, vooral onder emotionele spanning.
Voorbeeld: veel geld uitgeven, eetbuien, onveilige seks of roekeloos gedrag na een conflict of emotionele trigger. -
Ernstig instabiele relaties
Intense en vaak chaotische relaties die snel wisselen tussen idealisering en devaluatie.
Voorbeeld: een partner de ene dag idealiseren en de volgende dag afwijzen na een (vermeende) kwetsing. -
Verlatingsangst
Sterke gevoeligheid voor (vermeende) afwijzing of verlating.
Voorbeeld: paniek of intense emoties wanneer iemand te laat is of niet direct reageert, soms gevolgd door wanhopige pogingen om de ander vast te houden. -
Emotionele instabiliteit door reactiviteit
Snelle en intense emotionele reacties, vooral in sociale of relationele situaties.
Voorbeeld: urenlang extreem boos, verdrietig of wanhopig voelen na een relatief kleine gebeurtenis. -
Chronische gevoelens van leegte
Een aanhoudend gevoel van innerlijke leegte, vervreemding of zinloosheid.
Voorbeeld: zich leeg of losgekoppeld voelen, zelfs in aanwezigheid van anderen. -
Instabiel zelfbeeld of identiteitsgevoel
Een wisselend of onduidelijk gevoel van identiteit, inclusief instabiele doelen, waarden of zelfbeeld.
Voorbeeld: zich de ene dag zelfverzekerd voelen en de volgende dag waardeloos of richtingloos. -
Intense of slecht gereguleerde woede
Moeite met het beheersen van boosheid, vaak disproportioneel ten opzichte van de situatie.
Voorbeeld: heftig reageren op milde kritiek of zich snel aangevallen voelen. -
Stressgerelateerde paranoia of dissociatie
Onder hoge stress kunnen kortdurende paranoïde gedachten of dissociatieve klachten optreden.
Voorbeeld: zich onwerkelijk voelen of het gevoel hebben buiten zichzelf te staan na emotionele overbelasting. -
Suïcidaal gedrag of zelfbeschadiging
Terugkerende suïcidale gedachten, pogingen of zelfbeschadigend gedrag, vaak als reactie op intense emotionele pijn.
Voorbeeld: zichzelf verwonden na een conflict of gevoel van afwijzing om spanning te verminderen of controle te ervaren.
(Advertentie. Scroll verder voor meer informatie.)
DSM-5-TR vs ICD-11: belangrijkste verschillen
| Kenmerk | DSM-5-TR | ICD-11 |
|---|---|---|
| Structuur | Categorisch + dimensionaal (hybride model) | Volledig dimensionaal model |
| Focus | Specifieke diagnostische criteria voor borderline persoonlijkheidsstoornis | Algemene persoonlijkheidsstoornis + optioneel borderline patroon |
| Diagnose | Specifieke trekken + beperkingen in functioneren vereist | Persoonlijkheidsstoornis + ≥5 borderline kenmerken |
| Ernstbepaling | Optioneel (alternatief model) | Verplicht (mild / matig / ernstig) |
| Gebruik in de praktijk | Veel gebruikt in de VS en delen van Europa | WHO-standaard, wereldwijd gebruikt |
In de praktijk: Beide systemen beschrijven dezelfde kernpatronen van een borderline persoonlijkheidsstoornis. De DSM-5-TR richt zich meer op specifieke symptoomclusters, terwijl de ICD-11 meer nadruk legt op ernst en onderliggende persoonlijkheidstrekken. In de klinische praktijk worden beide systemen vaak gecombineerd om tot een zo nauwkeurig mogelijke diagnose te komen.
Krijg duidelijkheid over je klachten en een passend behandelplan
Herken je symptomen zoals emotionele instabiliteit, impulsief gedrag of verlatingsangst?
Een professionele beoordeling kan helpen om inzicht te krijgen in wat er speelt en welke behandeling het beste bij je past.
Bij Barends Psychology Practice werken we met zowel DSM-5-TR als ICD-11 om tot een nauwkeurige diagnose en een persoonlijk behandelplan te komen.
Borderline persoonlijkheidsstoornis diagnose – veelgestelde vragen
Hoe wordt een borderline persoonlijkheidsstoornis vastgesteld?
Een borderline persoonlijkheidsstoornis diagnose wordt gesteld via een gestructureerde psychologische beoordeling door een gekwalificeerde psycholoog of psychiater. Dit omvat meestal een klinisch interview, het in kaart brengen van huidige klachten, persoonlijke voorgeschiedenis en de impact op het dagelijks functioneren.
Hierbij worden diagnostische richtlijnen zoals de DSM-5-TR of ICD-11 gebruikt. De focus ligt niet alleen op losse symptomen, maar vooral op terugkerende patronen in emoties, gedrag en relaties over langere tijd.
Kan borderline persoonlijkheidsstoornis verkeerd worden gediagnosticeerd?
Ja, borderline persoonlijkheidsstoornis kan soms verkeerd worden gediagnosticeerd, omdat de symptomen overlappen met andere aandoeningen zoals depressie, angststoornissen, bipolaire stoornis of traumagerelateerde stoornissen.
Bijvoorbeeld: stemmingswisselingen kunnen lijken op een bipolaire stoornis, terwijl verlatingsangst kan lijken op trauma-gerelateerde reacties. Een grondige diagnostische beoordeling is daarom essentieel om onderscheid te maken en de juiste behandeling te kiezen.
Kan borderline persoonlijkheidsstoornis online worden vastgesteld?
Ja, een beoordeling van borderline persoonlijkheidsstoornis kan ook online plaatsvinden, mits deze wordt uitgevoerd door een gekwalificeerde professional met behulp van gestructureerde interviews en erkende diagnostische methoden.
Online diagnostiek kan net zo effectief zijn als face-to-face beoordeling wanneer deze zorgvuldig wordt uitgevoerd. Zelftesten kunnen een eerste indicatie geven, maar vervangen nooit een professionele diagnose.
Waarom is een juiste diagnose belangrijk voor de behandeling?
Een correcte diagnose maakt het mogelijk om de meest effectieve behandeling te kiezen. Voor borderline persoonlijkheidsstoornis zijn therapieën zoals Dialectische Gedragstherapie (DGT/DBT) en schematherapie specifiek ontwikkeld om emotionele ontregeling, impulsiviteit en relatiepatronen aan te pakken.
Zonder duidelijke diagnose richt behandeling zich vaak alleen op symptomen in plaats van onderliggende patronen, wat het herstel kan vertragen of minder effectief maakt.
Wat is het verschil tussen DSM-5-TR en ICD-11 bij borderline diagnose?
De DSM-5-TR werkt met specifieke criteria en symptoomclusters voor borderline persoonlijkheidsstoornis, terwijl de ICD-11 eerst kijkt naar de ernst van een persoonlijkheidsstoornis en daarna een borderline patroon specificeert.
In de praktijk beschrijven beide systemen vergelijkbare kernkenmerken. Veel professionals combineren elementen uit beide modellen om tot een zo volledig mogelijk beeld te komen.
— Niels Barends, MSc, psycholoog
Wetenschappelijke referenties
- [1] Giesen-Bloo, J., van Dyck, R., Spinhoven, P., et al. (2006). Outpatient psychotherapy for borderline personality disorder: Schema-focused therapy vs transference-focused psychotherapy. Archives of General Psychiatry, 63, 649–658.
- [2] Verheul, R., Van Den Bosch, L. M. C., Koeter, M. W. J., et al. (2003). Dialectical behaviour therapy for borderline personality disorder: 12-month randomized clinical trial. The British Journal of Psychiatry, 182, 135–140.
- [3] American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5-TR). Washington, DC: APA Publishing.
- [4] World Health Organization. (2019). International Classification of Diseases 11th Revision (ICD-11). Geneva: WHO.
- [5] Linehan, M. M. (1993). Cognitive-Behavioral Treatment of Borderline Personality Disorder. New York: Guilford Press.
- [6] Bateman, A., & Fonagy, P. (2004). Psychotherapy for Borderline Personality Disorder: Mentalization-Based Treatment. Oxford University Press.
- [7] Stoffers, J. M., Völlm, B. A., Rücker, G., et al. (2012). Psychological therapies for people with borderline personality disorder. Cochrane Database of Systematic Reviews, Issue 8.
- [8] Zanarini, M. C., Frankenburg, F. R., Hennen, J., et al. (2003). The longitudinal course of borderline psychopathology: 6-year prospective follow-up. American Journal of Psychiatry, 160, 274–283.
- [9] Paris, J. (2005). The development of impulsivity and suicidality in borderline personality disorder. Development and Psychopathology, 17, 1091–1104.
- [10] Gunderson, J. G., & Links, P. S. (2014). Handbook of Good Psychiatric Management for Borderline Personality Disorder. American Psychiatric Publishing.
